Fietsverhalen

Queeste door Vlaanderen naar de Oude Kwaremont

Sommige ideeën zijn onweerstaanbaar, zoals fietsen van Breda naar de Oude Kwaremont in Vlaanderen. Een rit van 200 kilometer, opgedeeld in 3 etappes van 66 kilometer. Het wordt niet alleen mijn kennismaking met de Vlaamse Ardennen maar ook mijn eerste klim op kasseien.

Einddoel van deze rit: de Oude Kwaremont, een kasseienklim diep in de Vlaamse Ardennen. In dit gebied worden elk jaar de moeilijkste kilometers van de Ronde van Vlaanderen verreden. Maar voordat het zo ver is, wacht ons een schitterende tocht vanuit het vlakke Noord-Brabant, georganiseerd door Jos Kramer alias De Gangmaker.

We vertrekken in drie groepen vanaf Café Moeke op de Ginnekenmarkt. Mijn groep heeft de Zijwielrent Peugeot 504 als volgwagen. Jos’ vader rijdt er trots in rond, want Bart fietst zelf gezellig mee.

Start wielertocht bij Moeke Ginneken

Verrassende route

De route verrast vanaf de eerste kilometers. Al bij Chaam verwonder ik me over het schilderachtige weggetje met knotwilgen dat we inslaan. Waarom fiets ik hier nooit? Die verbazing blijft gedurende de hele route. “Zijn we nu pas 50 kilometer van huis? Maar ik ben hier nooit eerder geweest!”

Het is natuurlijk de allermooiste tijd van het jaar om te fietsen. Het prille groen langs de landweggetjes is bijna fluorkleurig. De lucht is strakblauw, en hoewel het nu nog fris is, zijn de arm- en beenstukken al overbodig. Wat een schitterend voorjaar is het toch.

Fietsen in West-Vlaanderen

We fietsen over verlaten landweggetjes en over een voormalige trambaan. Foto: Massiël Ghering.

Tocht van A naar B

Het duurt niet lang voor we de grens over zijn. Ander wegdek, elektriciteitskabels, ander asfalt. Ik bedenk me dat we vandaag almaar dieper België in zullen gaan. Zo’n route van A naar B geeft toch een heel andere dynamiek dan een lus. Je bent een echte tocht aan het maken en onderweg zie je de landschappen veranderen.

We komen voorbij oude hoeves, door landgoederen, langs weilanden en uitnodigende bossen. Ik neem het coulisselandschap in me op en word geraakt door de geborgen, authentieke sfeer.

Wielrennen in de Vlaamse Ardennen

We komen voorbij oude hoeves en langs weilanden. Foto: Massiël Ghering.

Eerste kasseien

“Dadelijk komen we op een strook kasseien van twee kilometer. Op het einde wachten we op elkaar”, meldt wegkapitein Coen. Hij heeft de route al voor gefietst en waarschuwt ons dat de kasseien er slecht bij liggen. Maar ik heb er zin in!

Ik kom op kop, schakel een tandje zwaarder en daar ga ik.

Daar komt de kasseienstrook aan. Een smal, bol lopend weggetje met losse stenen bovenop de klinkers, middenin een bos. Ik schakel een tandje zwaarder en vertrek.

Met mijn handen stevig op de shifters en een flinke druk op de pedalen, kom ik meteen goed vooruit. De losse stenen negeer ik. Met het schudden valt het wel mee, als je maar doortrapt. Ik kijk niet achterom, geen idee hoe dichtbij de anderen zijn. Ik ben alleen met de kasseien.

‘SSsshhh!’, hoor ik aan de voorkant. Stootlek van mijn voorwiel! Toch iets te onbekommerd over die kasseien gegaan? Ik stuur naar de kant en stap af. De eerste fietser achter me blijkt Bart V. op zijn Wilier te zijn. Hij stopt om te helpen, kort daarop gevolgd door mijn wielerman Bart. “Het ging net zo lekker”, klaag ik.

Binnenband wisselen

Lek op het eerste kasseienstrookje, bij een stroompje. Foto: Bart Verkroost.

Nou moet ik zeggen: het is wel een mooi plekje om een lekke band te krijgen. Middenin de natuur bij een stroompje. Voortdenderend op een kasseienstrook krijg je daar helemaal niets van mee. Na het wisselen van de binnenband, heb ik nog één reserveband over. Ik kies toch maar eieren voor mijn geld en vervolg mijn weg over het naastgelegen grindpad.

Pauze in Kessel

Na 66 kilometer zit de eerste etappe erop. Mijn benen voelen nog fris. Met een gemiddelde snelheid van 28 kilometer per uur is deze groepsrit prima te doen. Op het terras van Café Badhuis in Kessel rek ik me uit achter een kopje koffie. De eigenaar vindt het mooi, al die Nederlandse fietsers op hun queeste door Vlaanderen.

Vlaams café

De eerste stop van de dag bij het typisch Vlaamse café Badhuis in Kessel.

Fietsen langs het water in Lier

De volgende etappe, van Lier naar Zottegem, gaat bij mij de boeken in als een van de mooiste ooit. Een rivier in een natuurgebied, omzoomd door hoog gras met een breed fietspad ernaast. Een fietsparadijs! “Weet je nog, we hebben hier gefietst met Mieke”, roept Bart achterom.

Hoe zou ik het kunnen vergeten? In de aanloop naar de tijdritwedstrijd Red Bull Kop over Kop in 2016 had Mieke Docx, inmiddels renster bij Doltcini-Van Eyck Sport, ons uitgenodigd om samen te trainen in haar woonplaats Lier. Steeds hebben Bart en ik gezegd: hier willen we nog eens terug.

En nu fietsen we er dan opnieuw. Moeiteloos zoeft ons pelotonnetje langs het water, de zon op onze huid. Beneden in de rivier trekt een motorbootje strepen in het water. Ik heb herhaaldelijk de illusie dat achter de oever de zee ligt. Kilometers en kilometers kunnen we zo onbelemmerd fietsen en genieten.

Fietsen langs water in een groep

Fietsend in de zon langs het water lijkt het wel vakantie.

Eerste kasseienklim

Bij de tweede pauze in Herzele, na 132 kilometer, nemen we ruim de tijd om op adem te komen. Ik zit op een stoep in de zon en drink nog eens een extra bidon leeg. Het is drukkend warm en er zitten al witte zoutkringen op mijn zwarte wielerkleding.

Snel daarna verraadt een lichte beklimming dat we in de Vlaamse Ardennen zijn aangekomen. Voor ons uit fietsen koprijdsters Stephanie en Laura. Wij laten ze gaan, niemand voelt de drang om zich vandaag druk te maken. Ik ook niet.

Pauze in Vlaanderen

Tweede pauze in Herzele voordat we aan de derde en laatste etappe beginnen.

Taaienberg

Althans… Het zat er al een tijdje aan te komen, een aantekening in mijn hoofd. Nu is het zover, de Taaienberg dient zich aan. Ik voel me verwachtingsvol en een beetje gespannen: dit wordt mijn eerste klim op kasseien.

Wegkapitein Koen geeft ons de keuze. “Hier blijven wachten of een lusje rijden en mee omhoog gaan.” Ik denk er niet aan om achter te blijven. Mijn benen voelen goed en het wegdek is droog. Dit zijn de optimale omstandigheden!

Ik ga stevig op mijn zadel zitten, lichtste verzet erop en malen maar.

We maken het lusje, draaien een scherpe bocht naar links en ineens ligt ‘ie daar. Een waterval van kasseien, oplopend tot een stijgingspercentage van 12%. Ze hebben me verteld dat ik moet blijven zitten. Druk op het achterwiel houden, om te voorkomen dat je wegglijdt. En dus ga ik stevig op mijn zadel zitten, lichtste verzet erop en malen maar.

Ik merk: dit is ook gewoon klimmen. Alleen is het wegdek ongelijk. Eén keer voel ik mijn voorwiel kort omhoog komen maar dat is een kwestie van druk op de voorkant houden. Voordat mijn adem de kans krijgt om over haar toeren te gaan, ben ik alweer boven. Dat ging best gecontroleerd. En bovenal: dat viel enorm mee!

We wachten op de rest en geven één van de fietsers in de groep, die wat bevangen is geraakt door de hitte, een koude douche met het water uit de jerrycans voor de bidons. Toch fijn, die volgwagen met bevoorading erbij.

Taaienberg in België

Op de top van de Taaienberg is het maar goed dat we fietsnavigatie bij ons hebben ;). Foto: Bart Verkroost.

Paterberg

De laatste pakweg 30 kilometer zijn glooiend. Mijn Garmin is enige tijd geleden al uitgevallen. Ik geniet van een afdaling en ben volledig verrast als de anderen ineens rechtsaf en omhoog gaan… de kasseien op! Dat kan maar één ding betekenen: de Paterberg.

Een ultrakorte maar supersteile klim van maximaal 20 procent. Een van de beruchtste beklimmingen uit de Ronde van Vlaanderen. En ik sta nog zwaar geschakeld.

Ik bedenk me in een fractie van een seconde en fiets de afslag voorbij: dit gaan we anders doen. Ik draai om, schakel naar het binnenblad en achter naar een groter kransje, want anders trap ik alles kapot.

Zo begin ik aan de klim, tegelijk met Bart V. op zijn Wilier. “Blijven zitten, hè?”, vraag ik hem nog eens voor de zekerheid, want 20 procent, dat is geen kattenpis. “Ja, blijven zitten.” Ok. Rustig ga ik omhoog en gelukkig weet ik mijn ademhaling onder controle te houden. Hoewel de weg steil omhoog gaat, komt er – in mijn beleving – geen muur op me af zoals bij de even steile Keutenberg of Stockeu.

Fietsen op de Paterberg

Blijven zitten op de kasseien (Oude Kwaremont), ook al is het steil. Foto: Massiël Ghering.

Van souplesse is geen sprake terwijl mijn benen traag rondmalen. Ik blijf ziten. Op het 20% stuk voel ik mijn voorwiel een paar keer een tikje omhoog komen. Maar het gaat goed, en zonder gierende ademhaling laat ik het ultrasteile stukje achter me. Op het laatste stukje, waar de helling afvlakt, kan ik zelfs nog versnellen.

Achter me ligt de Paterberg er dromerig bij als in een plaatjesboek

Dat viel wederom mee. Boven wacht me een schitterend uitzicht met een nostalgische ijswagen. Achter me ligt de Paterberg er dromerig bij als in een plaatjesboek, zich van geen kwaad bewust. Nu begrijp ik de romantiek; het is een voorrecht om in dit tableau te mogen klimmen.

Ik kijk toe hoe anderen omhoog klimmen, kijk naar mijn wachtende groep op de top en vind het jammer: de rit zit er alweer bijna op. Konden we er nog maar vijftig kilometer aan vast plakken. Maar de Oude Kwaremont wacht.

Wielrennen op de Patersberg

De Paterberg ligt er onschuldig bij in het vredige veld. Foto: Wouter Hoppenbrouwers.

Oude Kwaremont

Als overwinnaars leggen we de laatste kilometers af naar de laatste kasseienklim van de dag. De Oude Kwaremont heeft een gemiddeld stijgingspercentage van slechts 3,9 procent maar is wel redelijk lang: 2,4 kilometer.

Kijk, dat is ‘ne echte, roept een wandelaar.

Het is druk op de Oude Kwaremont: er zijn veel wandelaars. Zij vormen een enthousiast publiek. Met mijn ketting nog op het buitenblad – een foutje moet ik toegeven – trap ik ze voorbij, wat me een waarderend “Kijk, dat is ‘ne echte!”, oplevert. Volop aangemoedigd ervaar ik even de illusie een koersrenster te zijn, op weg naar de eindstreep.

Dat ik over die kasseien steeds minder makkelijk vooruit kom en mijn wielen door teer lijken te ploegen, negeer ik. Gewoon blijven trappen, dan kom je er vanzelf.

Oldtimer Peugeot in Vlaanderen

Laatste meters op de Oude Kwaremont. Foto: Massiël Ghering.

Verse verhalen

De laatste tweehonderd meter trap ik zonder nadenken weg en dan ben ik ineens op hoogste punt. Ik daal meteen af naar het plein dat halverwege de klim ligt, want daar zijn mijn fietsmaatjes. We feliciteren elkaar grijnzend: het is mooi om samen een tocht te volbrengen.

In de binnentuin van Café In de Zon staan onze racefietsen knus tegen de heg. Voor ik het weet zit ik in de zon enorm tevreden te zijn, terwijl om me heen de goudgele glazen ten tonele verschijnen en de verse verhalen snel aan kracht winnen.

Kwaremont bier voor wielrenners

Met Jos Kramer alias De Gangmaker bij Café In De Zon, halverwege de Oude Kwaremont.

En zo wordt het nog erg gezellig. Daar kan Pim Goos, bestuurder van de Wielerbus die ’s avonds een bus vol uitgelaten fietsers terug naar Breda mag brengen, over meepraten.

Wil je ook eens meefietsen met tochten georganiseerd door De Gangmaker? Volg De Gangmaker op Facebook of Strava.

Volg deze blog©Zijwielrent.nl

Over de auteur

Janneke Scheepers

Janneke Scheepers

Leuk dat je komt kijken! Ik ben Janneke Scheepers, in 2007 begonnen met wielrennen. De sport heeft mijn leven verrijkt en daar vertel ik graag over. Daarom ben ik de website Zijwielrent.nl gestart. Met mijn verhalen wil ik laten zien hoe geweldig het is om te wielrennen, of je nou fietst ter ontspanning of heel fanatiek bent. Ik vind het leuk als je reageert op mijn artikelen. Laat weten wat je denkt!

2 Reacties

Laat een reactie achter

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.