WK baanwielrenster Annika van der Meer: “Op de 3 kilometer zou ik kunnen winnen”
Om de drive van baanwielrenster Annika van der Meer (29) te kunnen bevatten, moeten we acht jaar terug in de tijd. In 2007 raakt Annika na een ongeluk verlamd aan haar rechterbeen. Dit weerhoudt haar er niet van om door te gaan met haar sport alpine skiën, in combinatie met aangepast wielrennen op de weg. Het gaat zo goed, dat Annika zich lijkt te gaan kwalificeren voor de paralympische spelen in Sotsji.
Helaas komt ze in juli 2013 ten val tijdens een skitraining. Ze loopt een ernstige knieblessure aan haar goede been op en moet het skiën vaarwel zeggen. Een enorme tegenslag, maar Annika laat zich niet klein krijgen. Ze vecht terug en besluit te focussen op aangepast baanwielrennen.
Baanwielrennen is explosiever.Waarom juist baanwielrennen?
“Voor de conditietraining bij het skiën had je altijd twee kampen: óf je ging hardlopen, óf je ging mountainbiken. Ik hoorde bij de tweede groep. Maar mountainbiken met één been gaat niet. Vandaar dat ik ben begonnen met aangepast wielrennen op de weg. Ik reed in november 2013 pas voor het eerst op de baan. Baanwielrennen is explosiever en past daardoor beter bij mij, omdat ik meer aanleg heb voor explosiviteit.
Ongelooflijk maar waar: nog geen halfjaar na haar knieblessure doet Annika in december 2013 mee aan het NK aangepast baanwielrennen. Daar komt ze nog goed mee ook. Begin 2014 ondergaat Annika een zware knieoperatie gevolgd door een revalidatieperiode: “Op dag honderd zat ik alweer op de fiets”. Die zomer fietst de baanwielrenster in Segovia in Spanje haar eerste Worldcup. Hier wordt ze zevende op de tijdrit.
Komende week is het WK in Apeldoorn. Hoe sta je er voor?
In welke disciplines start je op het WK?
Ik start op de 500 meter tijdrit en de 3 kilometer individuele achtervolging, wellicht ook nog op het onderdeel scratch. Ik ben het beste op de 3 kilometer. Want omdat ik maar met één been fiets, start ik niet zo snel. Over een langere afstand kan ik dat dan goedmaken.
Hoe hard gaat het?
Ik fiets de 3 kilometer in 5 minuut 30 en kan een ronde van 250 meter in 23 seconden rijden. De snelheden verschillen per categorie. Sarah Storey, baanwielrenster in de C5 categorie, heeft bijvoorbeeld onlangs nog het werelduurrecord van Leontien van Moorsel aangevallen.
Binnen het aangepaste wielrennen gelden de categorieën C1 tot en met C5. De C1 is de zwaarste categorie. De C5 categorie is de lichtste categorie, deze atleten kunnen hun onderlichaam nog volledig gebruiken. De Britse baanwielrenster Sarah Storey legde 45.502 meter af in een uur. Niet genoeg om Van Moorsel van de troon te stoten, maar wel een paralympisch record.
Wat zijn je verwachtingen, hoe is de concurrentie?
Baanwielrennen lijkt me te gek. Op een aerodynamische fiets met vliegende vaart door de bocht: daar krijg je toch een kick van! Maar je moet er ook wel lef voor hebben, zonder remmen op zo’n gladde baan. Als iemand daarover kan vertellen, is het Annika wel.
Ben je gevallen in het begin?
Ik ben één keer gevallen, maar dat was niet in het begin. Bij beginnersclinics valt er ook bijna nooit iemand. Baanwielrennen lijkt moeilijk maar dat is het niet, iedereen kan het.
Wél remmen zou pas eng zijn.Maar zo’n baanfiets zonder remmen, dat is toch best eng?
Het zou pas eng zijn als je wél zou remmen! Je moet gewoon druk op de pedalen zetten. Door de druk ga je harder of zachter. De grootste valkuil is dat je in het begin te langzaam door de bocht gaat. Je moet meteen gas geven, dan donder je niet uit de baan maar word je er tegenaan geduwd.
Hoe word je een baanwielrenster?
Als je het eens wilt proberen, kun je het beste een clinic aanvragen voor jezelf en bijvoorbeeld een groepje wielrensters. Je krijgt dan een fiets, helm en een trainer en kunt een paar uur kennismaken met de sport. Het is heel laagdrempelig. Op het begin durven de meesten niet bovenin de baan want daar lijkt de baan het steilst, terwijl die overal even steil is. En aan het einde van zo’n clinic zit bijna iedereen bovenin de baan. Het is echt kicken.”
Clinics baanwielrennen kun je volgen op één van de drie overdekte wielerbanen die Nederland rijk is: in Apeldoorn, Alkmaar en Amsterdam. De banen in Apeldoorn en Alkmaar zijn allebei 250 meter lang maar die in Apeldoorn heeft langere bochten. De Amsterdamse wielerbaan is 200 meter lang.
Is baanwielrennen een goede aanvulling op wegwielrennen?
Je krijgt er een hoge trapfrequentie van die heel constant is. Je leert er ook goed door sturen. Het is een goede ondersteuning. Je kunt op de baan ook endurance doen voor je uithoudingsvermogen of kiezen voor sprint. Maar wij fietsen ook nog gewoon op de weg hoor. Juist die ritjes op een zonnige zondag wil je niet missen.
Wat zijn je doelen voor na het WK?
Mijn zomer valt weg, jammer genoeg, vanwege een knieoperatie. Eind september begint het baanseizoen, dan gaan we trainen voor de Paralympics in Rio de Janeiro in 2016. Daar wil ik ook op de weg meedoen, dat is mijn grote doel.
Gratis kaartjes voor het WK aangepast baanwielrennen
Wil je Annika en haar teamgenoten zien knallen tijdens het WK aangepast baanwielrennen in Apeldoorn? Annika geeft kaartjes weg voor dit sportevenement van 26 tot en met 29 maart 2015. Kijk op haar Facebook-pagina voor meer informatie.
Volg deze blog
Leuk artikel! Ik ben heel benieuwd hoe ze het er vanaf gaat brengen in Apeldoorn. Go Annika, go!!