Fietsverhalen

Mijn fietsdieptepunt van het jaar

Janneke Scheepers
Geschreven door Janneke Scheepers

Je volgt de route die de Garmin aangeeft, het verkeer rijdt wel erg hard en je denkt: “Iets klopt er niet”.

Mijn fietsdieptepunt van 2015 speelt zich af op een stralende junidag in de Italiaanse Alpen. Bart en ik zijn op de racefiets twintig kilometer afgedaald vanuit Bormio op weg naar de Mortirolo, als we aankomen bij een splitsing. Welke kant op?

Mijn Garmin zegt: rechts naar beneden, een dorpje in. Barts Garmin wijst naar links, een brede verkeersweg op. Fietsende stelletjes weten het: deze situatie staat garant voor fietsruzie.

“We moeten naar links.”
“Die van mij zegt dat we naar rechts moeten.”
Geïrriteerde zucht. “Dan gaan we mega omrijden. Dat zie je toch?”
“Nou nee.”
Nog een geïrriteerde zucht. “Omdat je hem op ‘Track up’ hebt staan. Zo kun je niet navigeren.”

En omdat je het graag gezellig wilt houden, geef je maar toe. Vooruit, dan gaan we wel die grote weg op. Dat er geen fietspad is, vinden we niet vreemd na drie fietsvakanties in Italië en Frankrijk. Als we bij een tunnel komen, fietsen we er zonder aarzelen in. 

fiets_dieptepunt_tunnel

Volbloed autoweg

Direct in het begin van de tunnel bekruipt ons al het gevoel: hier klopt iets niet. Dit lijkt geen tunnel waar fietsers welkom zijn. Er wordt hard gereden, zo’n honderd kilometer per uur. En erger nog, er is geen ruimte om te fietsen. Misschien was dit toch niet zo’n goed idee.

Zodra we de eerste bocht om zijn, schrikken we. Zo ver we kunnen kijken, zien we beton, rijen verlichting en de koplampen van tientallen auto’s. Die tunnel moet kilometers lang zijn. En geen uitgang met daglicht te bekennen. Dit is gewoon een volbloed autoweg.

Tanden op elkaar en doorfietsen maar

Moeten we hier echt gaan fietsen? Omdraaien lijkt geen optie want we zijn al een veel te grote afstand gedaald. Bezorgd kijk ik om naar Bart. “Doorfietsen!”, roept hij. Het lijkt de enige logische keuze. Tanden op elkaar en doortrappen maar.

Wielrennen in een tunnel

Ik fiets vlak langs de verhoogde rand in de tunnel, zo ver mogelijk bij het verkeer vandaan. Aan de overkant komen auto’s me met honderd kilometer per uur tegemoet.

Wat als één van die auto’s gaat inhalen en ons daar ineens tegenkomt? Het verkeer hier is niet berekend op twee wielrenners. Ik voel me super ongewenst en onverantwoord bezig. Wat een stom idee, wat zijn we stom dat we hier fietsen.

De vrachtwagenchauffeur moet remmen – die gaat toeteren, weet ik.

Als een vrachtwagen achter ons komt rijden, slaat de paniek toe. Ik voel me opgejaagd in de lange tunnel. “Ik vind dit echt niet leuk, ik vind dit echt niet leuk”, herhaal ik als een mantra.
Vrachtwagen in een tunnel
De vrachtwagenchauffeur moet remmen – die gaat toeteren, weet ik. Ik zet me al schrap voor het lawaai, ik mag geen zwieper maken van schrik als het geluid komt. En ja hoor, de truck rijdt inmiddels vlak achter ons en de claxon is oorverdovend. Ik merk dat ik kreten slaak, mijn eigen stem komt amper boven het verkeersgeraas uit.

Inham in de tunnel

Een eind verderop in de tunnel is een inham. Ik stuur ernaar toe, Bart volgt me. De vrachtauto raast ons voorbij. Beverig stap ik af. “Ik wil niet meer verder”, huil ik. Bart blijft gelukkig rustig: “Kom op, nog een klein stukje. Zo hard als we kunnen”.

We kunnen hier niet blijven staan, dat snap ik ook wel. Maar ik ben zo bang.

We stappen weer op en trappen met veertig kilometer per uur door. Dat ‘kleine stukje’ lijkt wel een eeuwigheid te duren. Dit is verstand op nul en maar zien dat we aan de andere kant komen. Wanneer stopt deze ellende? 

Strada del Passo dello Stelvio

Eindelijk daglicht

Na drie paniekerige kilometers komt er eindelijk daglicht door de betonnen constructie. Als we de tunnel uitkomen, bevinden we ons in een brede vallei. Rechts beneden ons stroomt een riviertje. Het wegdek bevindt zich hoog boven de grond met vangrails aan weerszijden. Geen ontsnapping mogelijk hier.

2,5 kilometer verderop is het wegdek eindelijk laag genoeg om eraf te kunnen. We tillen we onze racefietsen over de vangrail, schuifelen naar beneden door onkruid en dan staan we op een veilige ventweg.

Mijn benen trillen. Ik ben boos op mezelf, op Bart en tegelijkertijd opgelucht dat het voorbij is. We kijken naar de autoweg boven ons. Het lijkt me geen goed idee om nu hardop uit te spreken wat ik denk: “Ik zéi toch dat we naar rechts moesten!”

Wielrennen op de MortiroloN.B.

De Mortirolo, onze volgende hindernis op de tocht, viel tot onze verbazing juist ontzettend mee. Wat bleek toen we op de top stonden? We waren ‘m onbedoeld van een makkelijke kant op gegaan.

Moraal van dit hele verhaal: een goede voorbereiding is toch wel belangrijk als je in het buitenland een tocht gaat fietsen. Controleer van tevoren of je route niet over grote autowegen gaat, want ook motorrijders gebruiken gpx-bestanden.

Blijf zelf nadenken, ook al stuurt je Garmin je ergens heen. En als je gevoel zegt: hier moeten we echt niet in, ga er dan niet in. Dan maar lekker ‘uit koers’.

Volg deze blog©Zijwielrent.nl

Over de auteur

Janneke Scheepers

Janneke Scheepers

Leuk dat je komt kijken! Ik ben Janneke Scheepers, in 2007 begonnen met wielrennen. De sport heeft mijn leven verrijkt en daar vertel ik graag over. Daarom ben ik de website Zijwielrent.nl gestart. Met mijn verhalen wil ik laten zien hoe geweldig het is om te wielrennen, of je nou fietst ter ontspanning of heel fanatiek bent. Ik vind het leuk als je reageert op mijn artikelen. Laat weten wat je denkt!

2 Reacties

  • Ik zie het zo voor mij gebeuren. De ss38 op ipv rechts de sp27. Drie weken geleden nog gereden tijdens de Pirata. Vertrek Bormio, Mortirolo vanuit Grosio, dan de Gavia vanuit Ponte di Legno en aankomst op de Stelvio. Helse rit van 136km en 4743hm. Maar, zonder problemen uitgereden en derde geëindigd in de categorie 65+

Laat een reactie achter

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.