Racefietsen Techniek

Compact of triple racefiets kiezen?

compact of triple kiezen
Bart van Oers
Geschreven door Bart van Oers

Wat te kiezen: een compact of een triple racefiets? Een compact is tegenwoordig de standaard maar een triple is absoluut het overwegen waard. De voor- en nadelen op een rijtje.

Even kort door de bocht:

Wil jij met je racefiets alleen in Nederland gaan wielrennen? Dan kun je met een compact prima uit de voeten. Wil je graag op fietsvakantie in de bergen? Dan kun je misschien beter een triple racefiets kiezen. Met zo’n triple ben je ook op het vlakke voorzien van fijne versnellingen.

bianchi_via_narone_triple_damesracefiets

Triple crankstel van Shimano Tiagra op damesracefiets ‘Via Narone 7’ van Bianchi, model 2015.

Wat is een triple?

Dit is een crankstel met drie kettingwielen. Standaard hebben die kettingwielen 30, 39 en 50 (of 52) tanden.

Wat zijn de voordelen van een triple?
  • Op het vlakke kun je heel goed uit de voeten met je 39T middenblad. Als je flinke wind mee hebt, licht afdaalt of in een groep fietst, komt het grote 50T buitenblad goed van pas.
  • In de heuvels ben je in het voordeel met je kleine binnenblad van 30T. Je kunt zelfs direct de bergen in, zeker als je ook nog een 30T cassette hebt (dan fiets je dus 1:1).
Heeft een triple dan geen nadelen?
Stijlpuristen zijn geen fan van een triple.
  • Jawel: een triple is zo’n 200 gram zwaarder. Dat scheelt al snel een paar seconden op de Alpe d’Heuz 😉
  • Triples zijn niet te verkrijgen in het topsegment van producenten.
  • De crankset is 8 millimeter breder ten opzichte van een compact en sommige wielrenners zeggen dat ze hier last van hebben tijdens het fietsen.
  • Zo’n extra kettingwiel ziet er niet uit, zeggen stijlpuristen. Onzin, zeg ik.
dubbel_damesracefiets_crankstel

Dubbel crankstel van Shimano op damesracefiets ‘Mercier Elle Sport’.

Wat is een dubbel?

Dit is een crankstel met twee kettingwielen in de verhouding 39T en 50T (of 52T). De dubbel is op z’n retour door de komst van de compact.

Wat is er fijn en minder fijn aan een dubbel?

Die is super geschikt voor op het vlakke door de verhouding van de kettingwielen. Maar in de bergen werkt een dubbel eerder tegen je. Bij een stijgingspercentage van 10 procent fiets je al snel onder 10 kilometer per uur. Dat komt dus neer op een cadans van minder dan 60! Zelfs een puistje in Limburg wordt dan een gevecht.

compact_crankstel_damesracefiets

Compact Shimano 105 crankstel op de Cube ‘Axial GTC PRO Carbon ‘n’ Green ‘n’ Blue’ damesracefiets, model 2015.

Wat is een compact?

Dit is hetzelfde als een dubbel, maar dan met de mogelijkheid voor een kleiner binnenblad. Dit is meestal een kettingwiel met 34 tanden. Het buitenblad is vaak een 50T.

Wat zijn de voordelen van een compact?
  • Een Limburgs heuveltje is goed te doen.
    Je kunt er prima mee fietsen op het vlakke. Als je de stappen in de versnellingen te groot vindt, kan een andere cassette helpen.
  • Ook een Limburgs heuveltje is met een compact goed te doen.
  • In tegenstelling tot bij een triple crankstel is de keuze uit compact crankstellen enorm. Ieder merk heeft een nog lichter en stijver crankstel, met bijbehorend prijskaartje uiteraard.
En de nadelen?

In de bergen moet je al wat getraind zijn, wil je met een compact op souplesse een flinke klim kunnen aanvallen. Al helpt het om een 32T cassette erop te monteren (dit kan bij de sommige nieuwere achterderailleurs).

Conclusie?
cube_compact_damesracefiets2

Compact crankstel op Cube Axial Redwood ‘n’ Flashred damesracefiets.

Met een triple kun je alle kanten op en dat is erg fijn. Ook al begin je net met wielrennen en hoef je helemaal niet zo nodig te gaan klimmen, het is toch handig om erop te hebben. Het ombouwen van je racefiets is namelijk behoorlijk duur. Niet alleen het crankstel moet dan vervangen worden, maar ook je achter- en voorderailleur en shifters.

Heb je nou echt geen behoefte aan klimmen of kom je met je fiets niet verder dan Limburg, dan is een compact ook een prima keuze. Eventueel met een andere cassette erop. Overleg het eens met je fietsenmaker, hij kan je prima vertellen wat de mogelijkheden zijn.

Volg deze blog©Zijwielrent.nl

Over de auteur

Bart van Oers

Bart van Oers

Een man die schrijft op Zijwielrent.nl? Tja, als Jannekes man geniet ik een voorkeurspositie. Sinds 2012 ben ik verslingerd aan wielrennen. Het liefst zit ik trainingsschemaatjes uit te vogelen en mijn hartslag te analyseren op Strava. Maar ik ben vooral weg van de techniek van racefietsen. Ik heb mijn fiets helemaal gefinetuned en reparaties doe ik natuurlijk ook gewoon zelf. Graag deel ik mijn kennis met jou, dus mail me gerust via info@zijwielrent.nl. Verder heb ik een eigen metaalbedrijf: Stuk van Staal.

3 Reacties

  • Hoi Bart
    Verstandig stukje van je over de triple vs compact!
    Heb zelf nooit begrepen waarom het bekende Japanse merk beginnende met een s hiermee gekomen is.
    Compleet mislukt marketingconcept mijns inziens en ook wel bejaarden- of poormanstriple genoemd.
    Begaf mij recent in de Vogezen en keek mijn ogen uit naar (veel) jongelui die met die compact zaten te worstelen. Vroeguh had je dezelfde dubbel als de prof vóór: 39/52
    en kon je alleen achter naar een 28 óf hoger met langeslag-derailleur. Wat was DE oplossing voor de toerist die toch bijna iedereen is? Zeker, de triple! Maar iemand met een koersfiets voorzien van triple wordt nu voor watje of erger versleten.

    Ik zit al een poosje over een nieuwe fiets te prakkizeren. 1e eis is wéér een triple waar ik sinds 2005 op rij. Op wat, zul je denken?
    Santos (ja, race), met Campo Centaur. Achter 12/25 en voor 53/42/30.
    Kan prachtige combinaties op het vlakke draaien en die 30? Die gebruik ik op gemene hellingen én langdurig hoge percentages in bv Ardennen en bv Grand Ballon van de lastige kant….
    Met 50/34 is het op het vlakke ook slecht combineren…
    Ook hou ik mij zijdelings bezig met fietsclubje van mijn vrouw in de hoedanigheid van fietsenmaker/mecanicien.
    Vriendelijke groet,
    Frank

    • Hoi Frank,

      Fijn om bijval te krijgen! Er zijn genoeg overdenkingen om een avond mee te vullen als het gaat om kettingwielen…hehe.

      Nu is het stuk wel een aantal jaren geleden geschreven en gelukkig is de techniek ook niet stil blijven staan. Tegenwoordig kan een achterderailleur makkelijk een kettingwiel van 32 aan zodat je een combinatie van 34 voor en 32 achter kan schakelen. Dat scheelt al niet heel veel meer van een 30 – 30. Janneke heeft voor het kleine blad vervangen voor een 33, dus weer wat dichter bij 1:1.
      De nieuwste ontwikkeling is dat de achterderailleurs voor racefietsfietsen een 34T krans aan kunnen. En voilá, we zijn eindelijk weer bij de 1 op 1.
      Rest alleen nog maar het scheef liggen van de ketting op het vlakke, maar dat neem ik tegenwoordig toch maar voor lief, aangezien er geen nieuwe triple groep meer ontwikkeld wordt. Ik heb zelf nu een wielset voor het vlakke met een cassette waardoor de ketting enigzins recht blijft liggen voor onze snelheden en 1 voor het klimwerk.

      Maar sowieso is het goed voor iedereen afzonderlijk eens goed te kijken naar de kettingwielverhoudingen met welk doel je de fiets gaat gebruiken. De compact blijft een compromis, maar met wat rekenwerk valt er best wat van te maken. Al mis ik de triple toch nog wel eens. 😉 (reken maar dat ik hem vaak op de 30-30 had liggen!)

      Groetjes,
      Bart

  • Dank voor je reactie Bart!
    Ja, scheef liggende ketting, oftewel een allesbehalve ideale kettinglijn is nooit goed, niet voor het rendement, niet voor ketting én je tandwielen. Ik vermoed dat Shimano ingespeeld heeft op de onder het grote publiek opgevatte mening dat een triple echt niet zou kunnen. En die joekels van tandwielen achter icm de compact vind ik zo lelijk.

    Rekenvoorbeeldje: een profklimgeit kan makkelijk 400 Watt of meer draaien én houdt dit ook nog eens lang vol.
    Een liefhebber iets boven de 200 langdurig, de goede amateurs daargelaten. Dus draaien de meisjes (zeker met de enorme progressie van het dameswielrennen!) en jongens in het profpeloton veel hogere snelheden en daarmee een x-verzet.
    Rasklimmers rond de 4 m. Vaak 39×20 à 21 en een 23 als ze het moeilijk hebben… Dat gezegd hebbende zie je dat een “ouderwetse” dubbel met 39 x 28 voor vele “toeristen” een martelgang was. Alles onder de 3m is meegenomen. Maar 1:1 of kleiner? hmm….
    En inderdaad: er zijn lieden (Froome en vroeger Armstrong) die lichte molentjes draai(d)en. Heb nu 31 jaar bergervaring en ja, we draaiden jaren te zwaar, maar wel gelukt, Ventoux 40×28 op stalen racefiets met bagagerekjes. Zou nu, vanwege de vorderende leeftijd ook kleiner (moeten) draaien😁:triple dus…
    Heb je site bij mijn favorieten gezet.
    Nuttige en non-commerciële sites hebben altijd mijn voorkeur!
    Met vriendelijke groet,
    Frank

Laat een reactie achter

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.