Blog

Milaan-San Remo: monstertocht in de hitte

Vrouwenwielrennen Milaan San Remo
Janneke Scheepers
Geschreven door Janneke Scheepers

“Hoeveel heb jij getraind?” Geweldig, dat kan alleen maar de openingszin van een wielrenner zijn. Zo gaan fietsers met elkaar om die een grote cyclo gaan rijden en elkaar voor het eerst ontmoeten. De deelnemers die in Gilze meegaan met Wielerbus voor de granfondo Milaan-San Remo, kunnen hun spanning niet verbloemen. Ja, we gaan 300 kilometer knallen in Italië. Nee, geen idee hoe dat zal gaan.

Met twee bussen rijden 58 fietsers in drie dagen op en neer naar Italië. Gekkenwerk? Ik vind het de moeite waard. Milaan-San Remo (ook wel bekend als La Primavera) is één van de vijf ‘monumenten’, ofwel een van de oudste, langste en meest prestigieuze klassiekers in het profwielrennen.

Wij zullen de route volgen die de profs ook rijden: 292 kilometer en circa 2000 hoogtemeters. Heftig, zeker. Maar het is erg gaaf om dit stuk wielerhistorie aan den lijve te gaan ondervinden.

Wielerbus fietsen

De fietsen staan stabiel met de voorvorken in de drager en worden zo de trailer in geschoven.

Pim Goos van Wielerbus en de andere begeleiders maken onze fietsen gereed voor transport. De voorvorken zetten ze met snelspanners vast in de fietsendragers, met de wielen er netjes naast.

Schaapachtig staan we toe kijken. “Alsof ze naar het pension gaan”, grinnikt Cor. Met hem en zijn vrouw Ellen heb ik het afgelopen jaar honderden kilometers getraind en ik ben blij dat ze erbij zijn.

Met Wielerbus rijden we door de prachtige Zwitserse Alpen op weg naar Italië.

Op reis met Wielerbus

Reizen met Wielerbus gaat prima. De stoelen staan ver uit elkaar dus er is beenruimte genoeg. We mogen gratis koffie pakken. Ik kan ‘s nachts zelfs slapen, in slaap gesust door Knuffelrock.

Als we zaterdagmiddag rond 16.00 uur aankomen bij ons hotel in Milaan, voel ik me redelijk fit. Dat is maar goed ook, want morgen is de tocht al. Na het dinerbuffet blijf ik dan ook niet hangen. Ik leg al mijn spullen klaar, zet de wekker om 5.00 uur en sluit mijn ogen voor een goede nachtrust.

Het hoort erbij: zenuwachtig gedoe met stuurbordjes en materiaal vóór vertrek. Foto: Cor Seijkens

Zondagochtend, 6:30 uur

“Wie moet er nog zijn banden oppompen?” “Deze tiewraps zijn te kort!” “Iemand nog tape nodig?”

Zodra de bus ons uitspuugt in Milaan, kan het gebruikelijke gezenuw beginnen. Ik laad mijn zakken vol met eten, priegel met mijn stuurbordje en zoek paniekerig naar mijn Garmin, die gewoon achterin mijn shirt blijkt te zitten.

Pas als we in de rij aansluiten voor de start, keert de rust terug. Ellen en Cor staan bij me, achter me staan twee Vlamingen genaamd Peter en Alain. Om me heen herken ik nog andere Wielerbus-deelnemers. Er zijn erg weinig vrouwen, valt me op.

De eerste 130 kilometer is het zaak om in het peloton te blijven rijden

We maken grappen en houden de sfeer luchtig, terwijl de zenuwen toenemen. Ik voel een zweetdruppel langs mijn lijf rollen. Er is ruim 30 graden voorspeld vandaag. In gedachten neem ik nog eens mijn plan door.

De eerste 130 kilometer is het zaak om in het peloton te blijven rijden. Dat zal met dik 40 kilometer per uur over de Povlakte razen. Na de eerste fouragepost volgt een klim en kan ik het rustiger aan gaan doen.

Grandfondo met Wielerbus

Met Ellen en Cor heb ik al veel kilometers getraind en ik ben blij dat ze erbij zijn.

7:10 uur, van start

Opletten nu, want de omroeper is begonnen met aftellen. “Tre… Due… Uno…” Daar gaan we! We starten met honderden tegelijk.

Ik ben scherp op versnellingen, want Pim heeft ons vooraf gewaarschuwd: “Let op want het gaat er meteen op”. En inderdaad, zodra we we de stad uit zijn, wordt het tempo serieus opgevoerd. Op mijn Garmin zie ik 40 kilometer per uur staan.

Het peloton breekt al snel in tweeën. Ik kan nog net de oversteek maken naar de voorste groep. Enkele motards rijden voorop en banen de weg.

De eerste 120 kilometer leggen we af in slechts 3 uur.

Het rijden is zenuwachtig. Er zitten veel gaten en kuilen in de weg en er wordt amper gewaarschuwd. Hier vliegt een een binnenbandje door de lucht, daar rolt een bidon over de weg. Mijn nieuwe wielen krijgen een paar harde klappen te verwerken. “Het lijkt wel of we in Vlaanderen zijn”, zegt een Belg naast me.

Tijd om te eten heb ik niet, ik houd mijn handen stevig aan het stuur en voel me pas na een half uur rustig genoeg om wat te drinken. Het schiet wél op zo: de eerste 120 kilometer leggen we af in slechts 3 uur. En het gaat nog grotendeels vals plat omhoog ook.

Het geeft me wel een kick, rijden in dit peloton. Ik ga er vol voor. Na elke rotonde is het sprinten geblazen, staand op de pedalen. Bochten en klimmen gaan perfect op mijn Basso en ik laat geen haarbreed ruimte.

Ik kom steeds verder voorin te rijden en zie de motards nu goed. We knallen breeduit over de weg, we zijn net een echt profpeloton!

Als Ellen het peloton kwijt is, heeft ze nog een lange rit voor de boeg.

Er is één punt van zorg: mijn hartslag is veel te hoog. Dat kan ik prima twee of drie uur volhouden, maar niet als ik 300 kilometer moet volbrengen. Ik weet dat ik me in de nesten zit te werken. Toch wil ik in de groep blijven.

“Dag mevrouw Scheepers”, hoor ik achter me. Hé, daar is Cor! Waar komt die ineens vandaan? Hij vertelt dat hij Ellen heeft moeten achterlaten. Een moeilijke beslissing, in overleg genomen. Na een sprint kon hij nog bij onze groep komen. Arme Ellen. Als zij het peloton kwijt is, heeft ze nog een lange rit voor de boeg.

We zijn de 110 kilometer net gepasseerd, als een sporttandem ons met hoge snelheid voorbij komt zetten. De koprijders gaan er als dolle stieren achteraan. Ineens zit heel de groep op een lint. Mijn hartslag gaat nog verder omhoog en ik krijg kippenvel.

Idioten, denk ik even. Maar ík ben degene die dit niet aankan

Er wordt serieus gekoerst, alsof de op handen zijnde eerste fouragestop de finish is. “Idioten”, denk ik even. Maar ík ben degene die dit niet aankan, zij blijkbaar wel. Ik kijk snel op mijn Garmin. Daar zie ik een hartslag van 190 bpm staan. Foute boel, ik zit mezelf totaal op te blazen.

“Laat ze gaan”, zeg ik tegen mezelf. Tijd om mezelf gewonnen te geven. Ik laat me door de groep zakken en binnen de kortste keren zijn ze me voorbij. Weg hectiek, weg tempo. Ik ben alleen.

Ik voel me alsof ik er al een hele granfondo op heb zitten. Mijn shirt zit vol zoutvlekken. Voor het eerst houd ik serieus rekening met de mogelijkheid dat ik deze rit niet ga volbrengen. En dan? De bezemwagen?

Zijwielrent bij granfondo Milaan - San Remo

Klaar voor vertrek: Cor, ik en achter ons staat Alain. Foto: Cor Seijkens

Fourage op 128 kilometer

Een eindje vóór me fietst een andere deelnemer van Wielerbus, hij stelt zich voor als Dick. Samen fietsen we in een – zo voelt het –  slakkengang de laatste tien kilometer naar de fouragepost, die zich aandient na 128 kilometer.

Daar neem ik de tijd om even tot mezelf te komen. Ik drink, vul mijn bidons en ga in de schaduw zitten. Eten gaat niet goed. Een halve banaan krijg ik nog net naar binnen, ook eet ik nog een halve energiereep. Het is niet genoeg, maar het is niet anders.

Fourage Milaan-San Remo

Met moeite krijg ik een paar happen door mijn keel. Foto: Eric Knorr.

Passo del Turchino, klim van 400 m

Direct na de fouragepost volgt de eerste klim van de dag, de Passo del Turchino. Ik kan merken dat ik me heb opgeblazen. Ik heb een oppervlakkige ademhaling en bij het minste of geringste schiet mijn hartslag omhoog. “Normaal gesproken doe ik deze klim zo op de macht”, zegt een lange renner, die naast me komt fietsen en Peter heet. Hij heeft last van maagklachten en is de enige niet vandaag.

Tijdens de afdaling, tussen gebruinde Italianen met tattoos op hun kuiten, geniet ik van de verkoelende wind. En dan is daar de ineens de zee. De komende 130 kilometer mogen we langs de prachtige Italiaanse bloemenrivièra af fietsen.

(Beste lezer, vanaf hier kun je ook doorscrollen naar beneden. Want vanaf hier is het alleen maar afzien wat ik beschrijf.)

Klim Granfondo Milaan San Remo.

“Normaal doe ik deze klim zo op de macht”, zegt Peter, die last heeft van maagklachten. Dick fietst achter ons.

Pauze bij Wielerbus op 165 kilometer

Het is maar een klein stukje over de kustweg tot aan de Wielerbus, die op 165 kilometer langs de kant van de weg staat en een extra fouragepost vormt. Ik zit al snel de kilometers af te tellen. Bij elke versnelling of flauw hellinkje ben ik over mijn toeren. Lastig, ik ben zo leeg gereden. Het is ontzettend warm. En ik moet nog zo ver!

Bij de bus aangekomen, ga ik in de schaduw in het bagageruim zitten. Ik krijg een fles water, waarvan ik een deel over mijn hoofd en benen giet. Het water smaakt zout.

Cor en de andere snelle mannen zijn er op dat moment ook nog, wat me verbaast. Blijkbaar lag ik dus niet zó ver achter.

Wielerbus tijdens Milaan San Remo

Pim Goos staat na 165 kilometer met Wielerbus langs de kant van de weg en vormt zo een extra fouragepost.

Ik wil in mijn eentje de weg vervolgen maar de twee Vlamingen Peter en Alain spreken me aan. “Je kunt met ons meefietsen, wij gaan niet zo hard en we wachten op elkaar na elke klim.” Ik aarzel – ik ben te moe om tempo te rijden –  maar ze willen geen ‘nee’ horen. Vooruit dan maar. Ik zie wel hoe ver ik kom. De renner met de maagklachten, Peter, fietst ook mee.

Pim en co. roepen me opgewekt na: “Je bent niet alleen, je hebt Peter en Alain bij je. Tot bij de finish!”. Die hebben geen idee hoe slecht ik me voel.

Cor Seijkens en Wielerbus

Cor vertrekt iets te laat bij de bus en zal moeten sprinten om zijn groepje in te halen.

Af en toe krijgen we een warme windvlaag over ons heen, als een Franse mistral.

Onderweg moet ik weer denken aan Ellen, die vooraf nog zei: “Vanaf de bloemenrivièra wil ik alleen nog genieten”. Ik heb me er ook op verheugd, maar heel eerlijk? Er valt voor mij weinig te genieten.

De kust brengt niet de verkoelende wind waarop ik had gehoopt. Af en toe krijgen we een warme windvlaag over ons heen, als een Franse mistral. Er is veel verkeer in de badplaatsen. Hier en daar moeten we inhouden voor overstekende badgasten. Wat een wereld van verschil: zij op hun handdoekje op het strand, wij bijna 300 kilometer afzien in de hitte.

Bloemenrivièra, Milaan-San Remo

De kustweg is licht glooiend biedt prachtige uitzichten. Foto: Studio 5.

Kilometers vreten langs de bloemenrivièra

Ons vierkoppige fietsgroepje vordert toch nog aardig. We fietsen zo’n 33 kilometer per uur, vooral Peter en Alain doen kopwerk. Ik ben dankbaar voor elke kilometer in hun kielzog.

Helemaal mooi wordt het als we worden ingehaald door een groep Vlaamse fietsers met de tekst ‘Werk aan de wc’ op hun wielerbroeken. Kijk eens aan, we zijn een echt pelotonnetje! In een iets hoger tempo leggen we heel wat kilometers af.

Lastig is dat ik licht duizelig ben. Zodra we stoppen bij een stoplicht, hang ik direct over mijn stuur, blij met elke korte pauze. Peter klopt me op mijn schouder. “Ik zit er zo doorheen”, zucht ik. “Het gaat toch heel goed!”, vindt hij.

Milaan San Remo

Peter, de Vlaamse renner die samen met Alain deelneemt, doet veel kopwerk in ons kleine pelotonnetje.

De dame zegt dat het iets te hard gaat

En verder gaan we weer. Ik rijd zelfs nog een paar kilometer op kop. Niet slim, ik zou me zoveel mogelijk moeten sparen. Maar ik wil me niet drukken.

Bij het volgende stoplicht draai ik me om naar Peter en Alain: “Het gaat iets te hard, vinden jullie niet?” Ik word niet tegengesproken.

“De dame zegt dat het iets te hard gaat”, herhaalt een van de Vlaamse ‘Werk aan de wc‘-renners tegen zijn vrienden. Daar lijken ze het wel mee eens te zijn. Het wordt niet hardop uitgesproken, maar het tempo zakt enigszins.

Foto: Studio 5.

Uitblazen bij een strandtentje op 240 kilometer

Toch blijf ik duizelig. Wat zou het heerlijk zijn om even te stoppen bij een strandtentje en koude cola te drinken! Gelukkig vinden Alain en Peter het een uitstekend idee. Samen knijpen we in de remmen en steken we over naar het strand. We hebben op dat moment 240 kilometer gefietst.

Stijfjes zet ik mijn racefiets tegen een hekje. Met mijn ogen op half elf bestel ik een blikje cola en een flesje koud water. Daar is een tafeltje in de schaduw. Ik plant me erop neer, drink de cola, giet een deel van het water over me heen en blijf zo even zitten, met mijn voeten op de reling. Wat een opluchting.

Langzaam bekom ik weer een beetje. Hier zou ik zo nog wel een uur willen blijven zitten, maar we moeten nog zestig kilometer. Peter, die nog een stuk frisser is, zegt na een tijdje: “Ik moet nu wel verder want als de motor stilvalt…”

Aan de overkant van de straat zit Alain op de stoeprand met zijn hoofd tussen zijn benen. Die zit er ver doorheen, volgens Peter, die zijn fietsmaat wel kent.

Op 240 kilometer zit Alain er, net als ik, ver doorheen. Foto: Peter Geldhof

Capo Berta, klim van 130 m.

Met tegenzin stap ik weer op. De volgende kilometers tot aan de derde fouragepost zijn meer van hetzelfde. Drukke badplaatsen, een glooiende weg, brandende hitte. Ik raak buiten adem bij het minste of geringste klimmetje. De duizeligheid komt al snel weer terug. Het is kilometers tellen, aanklampen, afzien. Ik had toch gehoopt dat het anders zou gaan.

Dan komt de Capo Berta, de op twee na laatste klim van de dag. Op het hoogteprofiel is het een ding van niks: slechts drie kilometer lang en met een stijgingspercentage rond de 6 procent (met uitschieters naar 8 procent). Maar wat een rotklim is het! Na elke bocht hoop ik de afdaling te zien, maar nee, er komt nog een bocht achteraan.

Laatste fourage op 256 kilometer

Groot is mijn opluchting als ik even na de top, op 256 kilometer, het gele bord zie van de derde (en laatste) fouragepost. Tollend stap ik af. Ik wil alleen maar ergens in de schaduw zitten. Het busje van de organisatie staat open en ik ga er zonder iets te vragen in half in liggen. Even bijkomen.

Een Wielerbus-deelnemer ziet me zo zitten en glimlacht naar me. Ik stel me voor dat ik een behoorlijk hopeloze aanblik moet vormen. Maar het kan even niet anders. Ik sluit mijn ogen. Langzaam koel ik weer wat af.

Pauze bij Milano San Remo

Bij de derde en laatste fouragepost heeft iedereen het zwaar.

Ik ben niet de enige die het zwaar heeft, blijkt op deze pauzeplaats. Er zijn ook andere Wielerbus-deelnemers, onder wie de jonge Riccardo die heeft moeten overgeven door maagklachten.

En passant leren we het hilarische Italiaanse woord voor kramp

Verhalen worden uitgewisseld: over valpartijen, over deelnemers die niet meer kunnen remmen door de kramp of bevangen zijn geraakt door de hitte. “Ik zag iemand die letterlijk omviel door de kramp. Hij lag langs de weg.” We zijn er even stil van. En passant leren we ook een hilarisch Italiaans woord. “Ik had kramp, een Italiaanse renner kwam naast me fietsen en vroeg: “Crampi?”

Ook zien we hier begeleider Robin van Wielerbus. Hij is vanaf de finish in San Remo hier naartoe komen fietsen en is nog zo fris als een hoentje.

Wielerbus fietsbegeleider

Bij de laatste pauzeplaats komt Robin van Wielerbus ons versterken. Hij is vanaf de finish komen fietsen.

Laatste etappe, nog 34 kilometer te gaan

Tijd voor de laatste etappe. We vormen een klein Wielerbus-pelotonnetje met Robin op kop. Zelfs de snelheid van zo’n 31 kilometer per uur die Robin aanhoudt, is eigenlijk te veel voor me. Toch kan ik meekomen, ondanks mijn misère. Elke kilometer erbij is een stap dichterbij de finish.

La Cipressa, klim van 190 m.

Het volgende obstakel is de Cipressa, een milde klim van 190 meter. In stilte begin ik eraan. Ik ben voortdurend met mezelf in gesprek. “Rustig aan meid, je komt er vanzelf”. “Je doet het hartstikke goed.” “Laat ze maar gaan, eigen tempo.” Mijn nekspieren willen rust en ik word steeds duizeliger.

Het enige fijne aan deze klim is de afdaling. Ik geniet van de koele rijwind en het geluid van mijn wielen.

Foto: Peter Geldhof.

Met nog maar 16 kilometer te gaan, wacht me nog één klim, de Poggio. De frisse Robin koerst er enthousiast op af. Ik besluit dat ik bij de voet van de Poggio ga afstappen om even uit te rusten. Anders ga ik van mijn stokje. Ik zeur Robin aan zijn hoofd: “Zijn we er al bijna?” “Het is niet ver”, belooft hij. Ik kijk op de bordjes naar rechts, waar blijft die verdomde Poggio nou?

Het duurt nog tien ellenlange kilometers voordat ik eindelijk het aanwijsbord ‘Poggio 4’ zie. Zonder te aarzelen knijp ik in de remmen. Liever was ik samen met de anderen gefinisht maar het is niet anders. Ik wil alleen maar zitten. Of liggen, nog beter.

Poggio, Granfondo

Hendri van de Vosse heeft mij betrapt aan de voet van de Poggio en maakte deze foto.

Uitgeteld aan de voet van de Poggio, op 285 kilometer

Naast me is een fonteintje in de volle zon, ik houd er een lege bidon onder. Bah, het water is zeker 38 graden. Toch vul ik mijn bidon ermee.

Ik kijk om me heen: waar kan ik in de schaduw zitten? Daar aan de overkant van de weg. Ik steek een zebrapad over, zet mijn fiets tegen de reling en plof neer op het trottoir. Het warme water giet ik over mijn hoofd. Wat een opluchting om hier te zitten. De klok op mijn telefoon stelt me gerust. Geen haast. Ik ga zeker binnen de tijd finishen.

Ik geniet van de wind die het water op mijn huid afkoelt. De duizeligheid verdwijnt en na tien minuten krijg ik weer zin om op te stappen. Deze pauze was precies wat ik nodig had.

Basso Venta

Mijn nieuwe, trouwe kompaan mag ook even uitrusten.

Laatste klim: Poggio, klim van 132 m.

Ook de Poggio is een milde klim van zo’n 6 procent. Op het kleine verzetje ga ik naar boven, hijgend alsof ik de Keutenberg beklim. Mijn krachten zijn echt verdwenen.

Nog maar 200 meter tot de top, staat daar op een bord. Dat moet een practical joke zijn, want de weg blijft maar doorlopen. Ik moet denken aan de spinningles. Dat de instructeur aftelt: “nog 10 seconden…. 3… 2… 1… En we doen nóg 10 seconden!” Psychologische oorlogsvoering.

Dan, eindelijk, plooit de weg zich weer recht. Eindelijk mag ik afdalen, mijn benen stilhouden, de wind op mijn huid voelen, genieten van het uitzicht. Want terwijl ik op een reeks haarspeldbochten aanrijd, zie ik onder me de zee liggen. Dat is toch wel magnifiek om te zien. Ik voel vreugde, kijk nou! Geniet van dit moment, hier heb je het voor gedaan.

Behoedzaam daal ik af. Nou geen brokken meer maken, dat gaat me niet overkomen.

Foto: Studio 5.

Naar de finish op 293 kilometer

Onderaan de Poggio zie ik een verkeersleider staan in oranje hesje. Ja, geen twijfel mogelijk, nu zit de tocht er echt bijna op. In San Remo moet ik me langs scooters wringen. Het voelt vreemd. Wat een rit heb ik achter de rug. En hier rijd ik nu, tussen het dagelijkse stadsverkeer.

Daar is de boog van de finish al. Spandoeken en dranghekken wijzen me de weg naar voren. Het lege asfalt nodigt uit om nog even wat tempo te maken. Ik ga op de pedalen staan en de meters schieten onder me vandaan. Ik voel een grote grijns op mijn gezicht doorbreken. Dit is mijn moment.

Over de zwarte tijdregistratiematten heen, onder de boog door. En ik ben er.

Granfondo Milaan San Remo

De laatste meters voor de finish maak ik nog even tempo. Foto: Studio 5.

Een meisje hangt de medaille om mijn nek. Deze wil ik zeker hebben.

“Janneke!” In mijn rechterooghoek zie ik iets bewegen, Peter zit op een terras te zwaaien. Ineens kan ik mijn emoties amper de baas als ik op hem afloop. Ik zal hier toch niet gaan huilen! Dat wil ik niet. Ik weet mijn tranen net te bedwingen en geef Peter een omhelzing. Wat een beproeving was dit! Een meisje hangt de medaille om mijn nek. Deze wil ik zeker hebben.

Alain is nog niet gefinisht, die is nog volop verwikkeld in zijn eigen strijd. Ik bestel een grote bier voor ons en heb deze net neergezet als Alain over de streep komt. Hem worden de emoties te veel zodra hij op ons afloopt. Snel ga ik ook voor hem een bier halen. Dit moeten we vieren!

Finish Milaan San REmo

Proosten samen met mijn Vlaamse fietsmaatjes Alain (links) en Peter (rechts).

Alain moet even tot zichzelf komen. Ook hij is lang doorgegaan, al ging het eigenlijk niet meer. Als hij weer wat is bekomen, proosten we. Wauw, wat een rit.

Trots dat ik ben gefinisht

Medailles doen me niet veel. Die van de AGR liggen achteloos in de kast. Maar die van Milaan-San Remo is speciaal. Dat merk ik aan het gevoel waarmee ik het ding vasthoud en bekijk.

Onder de 630 deelnemers die met een transponder zijn gefinisht, waren slechts 20 vrouwen, onder wie ik (onder een ‘valse’ naam: Gilbert van Belkom, van wie ik het startnummer heb overgenomen). Ik heb er in totaal 11 uur en een kwartier over gedaan. ‘Milano-San Remo finisher’ staat in de medaille gegrift. Daar ben ik trots op.

Naschrift
Het heeft even geduurd voor ik dit verhaal op kon schrijven, ik wilde geen heel verhaal over afzien schrijven. Ook weet ik niet alles meer, hele delen heb ik een een soort van waas ervaren.

Toch kan ik er niet over liegen, dat was waar deze tocht voor mij op neerkwam. Wat heb ik afgezien. Te bedenken dat ik na 120 kilometer al leeg was! Dat het dan blijkbaar toch lukt om 180 kilometer lang te blijven aanklampen, vind ik best wonderlijk. Daarbij heb ik best veel te danken aan Peter en Alain, die mij op sleeptouw namen.

Ellen van den Doel, Milaan-San Remo

Ellen heeft uiteindelijk 260 kilometer volbracht, waarvan 150 kilometer alleen. Foto: Studio 5.

Ellen had dit geluk niet, zij heeft 150 kilometer van Milaan – San Remo alleen gefietst nadat ze al in een vroeg stadium het peloton moest laten gaan. Uiteindelijk heeft ze 260 kilometer van de tocht gereden, en geloof mij: dan moet je mentaal heel sterk zijn. Ontzettend knap van Ellen.

Cor is met de snelle mannen van Wielerbus over de streep gekomen. Hij schreef een heel mooi verhaal over zijn ervaring op Wielerbus.nl

Foto: Paul

Of ik Milaan – San Remo opnieuw wil fietsen? Misschien, maar dan wil ik wel meer trainen op snelheid, zodat ik het meedraaien in dat peloton in de eerste etappe beter kan verteren. Want dit is geen granfondo waar behoudend wordt gereden. Het is volle bak gaan.

Ellen heeft zich voorgenomen om zich te revancheren tijdens Milano-San Remo 2018, en mijn Bart vindt dit een mooi doel voor als hij hersteld is van zijn blessure. Dus het ziet ernaar uit dat ik volgend jaar weer moet! Hopelijk kan ik er dan meer van genieten.

Ik ga dan zeker weer met Wielerbus, want dat is gewoon super gezellig en ontspannen reizen. Duidelijk een organisatie door en voor fietsers. Het is ook nog eens heel betaalbaar, vind ik.

Eerst fiets ik komend weekend La Marmotte, voor de tweede keer. Ik heb een kaartje kunnen overnemen. Wellicht helpen de 300 zware kilometers van Milano – San Remo me bij deze prachtige cyclo in de Franse Alpen. Hopelijk ga ik niet zo afzien als bij Milano-San Remo. Dat kan toch niet… hoop ik!

Volg deze blog©Zijwielrent.nl

Over de auteur

Janneke Scheepers

Janneke Scheepers

Leuk dat je komt kijken! Ik ben Janneke Scheepers, in 2007 begonnen met wielrennen. De sport heeft mijn leven verrijkt en daar vertel ik graag over. Daarom ben ik de website Zijwielrent.nl gestart. Met mijn verhalen wil ik laten zien hoe geweldig het is om te wielrennen, of je nou fietst ter ontspanning of heel fanatiek bent. Ik vind het leuk als je reageert op mijn artikelen. Laat weten wat je denkt!

9 Reacties

  • Tof stuk geschreven, heel herkenbaar.
    Het was een fantastische tocht waar iedereen die deelnam nog lang van mag nagenieten.
    Chapeau!

  • Sommigen op de bank aan het Beleven hebben mijn nieuwsgierigheid naar uw verhaal aangewakkerd.
    Ik ben compleet achterover door uw verhaal.
    Proficiat met uw prestatie.
    Opgelet voor uw tanden dat ze helemaal niet worden stukgebeten !!!

    • Hoi Louis, ik heb zo’n donkerbruin vermoeden wie diegenen op de bank aan het Beleven waren, ha ha! Bedankt voor het bezoeken van mijn blog, en ik zal mijn tanden wat liever behandelen de komende tijd.

  • Hoi Janneke,

    Een erg mooi verhaal, juist door dat afzien.
    Vele mensen vertellen liever niet dat ze geleden hebben maar dat maakt zo’n tocht nou juist zo speciaal.
    En het mooie is dat je er altijd aan terugdenkt als er afgezien moet worden waardoor je weet dat je heel diep kunt gaan.
    Ik heb in ieder geval respect voor je en ook voor alle andere deelnemers van deze monstertocht.

    • Hoi Dirk-Jan, ja het was nou eenmaal flink afzien, daar kan ik geen doekjes om winden. En je hebt gelijk: deze tocht vergeet ik nooit meer! Als het allemaal vanzelf was gegaan, zou het denk ik minder indruk hebben gemaakt. Wie weet, fiets ik hem volgend jaar nog eens, dan hoop ik wel dat het makkelijker zal gaan. Dank voor je reactie!

Laat een reactie achter